Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
28 mei 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die 16 smartphones, afkomstig van een gewapende overval, heeft gekocht en doorverkocht zonder factuur of kwitantie, terwijl het algemeen bekend is dat mobiele telefoons vaak voorwerpen van misdrijf zijn. De verdachte wilde een telefoonwinkel opstarten. De kernvraag was of verdachte tekortgeschoten is in zijn onderzoeksplicht naar de herkomst van de telefoons en daarmee aanmerkelijke onvoorzichtigheid heeft betracht, wat vereist is voor schuldheling.
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft de verdachte eerder veroordeeld. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld maar vond deze niet ontvankelijk voor vernietiging van het arrest. De Hoge Raad hoefde geen motivering te geven vanwege artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden doordat stukken te laat door het hof werden ingezonden en de Hoge Raad pas na meer dan twee jaar uitspraak deed. Gezien de opgelegde taakstraf van zeventig uur achtte de Hoge Raad dit overschrijding zonder aanleiding tot andere rechtsgevolgen.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor schuldheling wordt bevestigd ondanks overschrijding van de redelijke termijn.