ECLI:NL:HR:2024:672
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2011, inclusief de daarbij opgelegde heffingsrente. Na een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland volgde hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam. Het hof deed op 6 juni 2023 uitspraak, waarbij het geschil werd beslecht.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het hof. De Staatssecretaris diende een verweerschrift in, en belanghebbende een conclusie van repliek. De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld maar oordeelde dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad motiveerde niet uitvoerig omdat het oordeel niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard, waarmee het hofarrest stand houdt.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.