ECLI:NL:HR:2024:676
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelastingaanslagen 2011 en 2012
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 6 juni 2023, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2011 en 2012 en de daarbij behorende beschikkingen inzake heffingsrente en belastingrente heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van de proceskosten heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen. Het arrest is gewezen door de raadsheren Faase, Cools en Van der Voort Maarschalk en in het openbaar uitgesproken op 26 april 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.