Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
4 juni 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake poging tot moord in 2021 te Lelystad. De verdachte werd beschuldigd van het met een doorgeladen vuurwapen schieten op de borst, schouder en been van een ander.
Namens de verdachte werd een schriftuur ingediend door advocaat G. Spong. De procureur-generaal bij de Hoge Raad kreeg de gelegenheid een advies uit te brengen over het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en maakte gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
Het arrest werd gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter en raadsheren C.N. Dalebout en T.B. Trotman, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 4 juni 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.