ECLI:NL:HR:2024:711

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 mei 2024
Publicatiedatum
16 mei 2024
Zaaknummer
23/02022
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:35 BWArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over prijs en gerechtvaardigd vertrouwen in windmolenpark

De vereniging Westermeerwindgroep en andere eisers hebben cassatieberoep ingesteld tegen Westermeerwind B.V. inzake een geschil over de prijs waartegen leden mogen deelnemen in een windmolenpark.

De zaak is in eerdere instanties behandeld, waaronder de rechtbank Midden-Nederland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, met meerdere vonnissen en arresten. De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de arresten.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. De vereniging is veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

De kern van het geschil betrof de uitleg van het gerechtvaardigd vertrouwen op mededelingen in het kader van het verbintenissenrecht, specifiek artikel 3:35 BW Pro, en de prijsstelling voor deelname in het windmolenpark.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vereniging is verworpen en zij is veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/02022
Datum17 mei 2024
ARREST
In de zaak van
1. VERENIGING WESTERMEERWINDGROEP,
gevestigd te Kraggenburg,
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
3. [eiser 3],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: de vereniging c.s.,
advocaat: J.W. de Jong,
tegen
WESTERMEERWIND B.V.,
gevestigd te Almere,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Westermeerwind,
advocaat: W.H. van Hemel.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/16/413019 / HL ZA 16-109 van de rechtbank Midden-Nederland van 8 juni 2016, 20 december 2017 en 19 juni 2019;
b. de arresten in de zaak 200.266.799/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 september 2020, 4 januari 2022, 29 november 2022 en 21 februari 2023.
De vereniging c.s. hebben tegen de arresten van het hof van 4 januari 2022 en 21 februari 2023 beroep in cassatie ingesteld.
Westermeerwind heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Westermeerwind toegelicht door haar advocaat, en mede door B.M. Katan.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vereniging c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de vereniging c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Westermeerwind begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de vereniging c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
17 mei 2024.