ECLI:NL:HR:2024:732

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 mei 2024
Publicatiedatum
17 mei 2024
Zaaknummer
22/00462
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 36e.2 SrArt. 6 lid 1 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering betalingsverplichting ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens termijnoverschrijding

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van betrokkene, geboren in 1959. Betrokkene verzocht om aanhouding van de zaak om naar Indonesië te reizen voor bewijs van legaal verkregen vermogen, maar dit verzoek werd door het hof afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

De Hoge Raad beoordeelde het cassatiemiddel en concludeerde dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak, zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Wel constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn van meer dan twee jaar sinds het instellen van het cassatieberoep was overschreden, wat een vermindering van de betalingsverplichting tot gevolg heeft.

De Hoge Raad vernietigde daarom het hofsvonnis uitsluitend wat betreft de hoogte van de betalingsverplichting en stelde deze vast op €66.500, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen. Hiermee werd een rechtvaardige afweging gemaakt tussen de belangen van betrokkene en de noodzaak van een spoedige rechtsgang.

Uitkomst: Betalingsverplichting tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel verminderd tot €66.500 wegens overschrijding redelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/00462 P
Datum21 mei 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 8 februari 2022, nummer 22-004634-19, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft E. van Reydt, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vermindering van de opgelegde betalingsverplichting en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde betalingsverplichting van € 70.000.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
- vermindert het te betalen bedrag in die zin dat de hoogte daarvan € 66.500 bedraagt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 mei 2024.