ECLI:NL:HR:2024:754

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 mei 2024
Publicatiedatum
23 mei 2024
Zaaknummer
23/02216
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in verbintenissenrechtelijke overeenkomstengeschil

Vabo Ontwikkeling B.V. stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 7 maart 2023, waarin een geschil over de uitleg van een overeenkomst tussen partijen aan de orde was. De zaak betrof verbintenissenrecht en de uitleg van contractuele bepalingen.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Gelderland en de arresten van het hof Arnhem-Leeuwarden voor het gedingverloop in de feitelijke instanties. De klachten van Vabo tegen het arrest van het hof werden door de Hoge Raad beoordeeld, waarbij werd geoordeeld dat deze klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden.

De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet inhoudelijk, omdat het niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het cassatieberoep wordt verworpen en Vabo wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Vabo Ontwikkeling B.V. wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/02216
Datum24 mei 2024
ARREST
In de zaak van
VABO ONTWIKKELING B.V.,
gevestigd te Culemborg,
EISERES tot cassatie,
hierna: Vabo,
advocaat: J. den Hoed,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaat: I.M.A. Lintel.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/05/376346 / HA ZA 20-519 van de rechtbank Gelderland van 9 december 2020 en 12 mei 2021;
b. de arresten in de zaak 200.299.965 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 juni 2022 en 7 maart 2023.
Vabo heeft tegen het arrest van het hof van 7 maart 2023 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [verweerders] mede door L. van den Reek.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Vabo heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Vabo in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Vabo deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
24 mei 2024.