ECLI:NL:HR:2024:760

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 mei 2024
Publicatiedatum
24 mei 2024
Zaaknummer
23/00207
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 260 WvSr NA (oud)Art. 295 WvSr NA (oud)Art. 2:239 SrStMArt. 2:249 SrStM
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen vrouwen- en mensenhandel Sint Maarten

Het arrest betreft het cassatieberoep tegen het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van vrouwen- en mensenhandel, mensensmokkel, wederrechtelijke vrijheidsberoving en illegale tewerkstelling in bordelen op Sint Maarten.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van verdachte beoordeeld en geconcludeerd dat de ingebrachte klachten niet leiden tot vernietiging van het hofvonnis. Daarbij is overwogen dat het niet noodzakelijk is om inhoudelijk te motiveren, omdat de klachten geen vragen oproepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De zaak bevatte onder meer discussie over de werkwijze van het Openbaar Ministerie, het gebruik van getuigenverklaringen die niet door het hof zijn gehoord, en diverse bewijsklachten met betrekking tot mensenhandel, mensensmokkel, wederrechtelijke vrijheidsberoving en illegale tewerkstelling.

Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen, waarmee het vonnis van het hof onverminderd in stand blijft. Het arrest werd gewezen door de vice-president van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Buruma en Röttgering op 28 mei 2024.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van vrouwen- en mensenhandel en andere strafbare feiten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/00207 C
Datum28 mei 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 15 december 2022, nummer H 106/2019, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats ] op [geboortedatum] 1966,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Reijntjes-Wendenburg, advocaat te Valkenswaard, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
28 mei 2024.