Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
4 juni 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een klaagschrift tegen het beslag ex artikel 94 Sv Pro op een vermoedelijk vervalst Rolex-horloge, in beslag genomen bij de klaagster in verband met een verdenking van heling van gestolen fietsen. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het klaagschrift ongegrond en oordeelde dat het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag vordert, omdat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter het horloge zal onttrekken aan het verkeer.
De klaagster voerde aan dat het horloge niet echt is en verwees naar artikel 337 lid 2 Sr Pro, dat het in voorraad hebben van enkele valse waren uitsluitend voor eigen gebruik niet strafbaar stelt. De Hoge Raad stelde vast dat de rechtbank niet heeft gemotiveerd waarom deze uitzonderingsbepaling niet van toepassing zou zijn, waardoor het oordeel onvoldoende begrijpelijk is.
De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van de beschikking waarin het klaagschrift ongegrond werd verklaard voor zover het het horloge betreft, en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe beoordeling. Voor het overige wordt het beroep verworpen. De Hoge Raad benadrukt dat bij beoordeling van een klaagschrift tegen beslag op grond van artikel 94 Sv Pro moet worden getoetst of het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag rechtvaardigt, waarbij ook de uitzonderingsbepaling van artikel 337 lid 2 Sr Pro in acht moet worden genomen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het oordeel over het beslag op het horloge en wijst de zaak terug voor herbeoordeling.