Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het zesde cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
11 juni 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplichtigheid aan medeplegen van voorbereiding van moord, voorbereiding van opzettelijke brandstichting en/of ontploffing met terroristisch oogmerk, en deelneming aan een terroristische organisatie.
De advocaat-generaal adviseerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen wat betreft de strafmaat, vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro. De overige klachten van de verdachte werden verworpen.
De Hoge Raad oordeelde dat de stukken te laat waren ingezonden door het hof, waardoor de redelijke termijn was overschreden. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vijf jaar en tien maanden naar vijf jaar en zeven maanden. De overige klachten werden afgewezen zonder nadere motivering, mede verwijzend naar een gelijktijdig arrest.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting op 11 juni 2024.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van vijf jaar en tien maanden naar vijf jaar en zeven maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.