ECLI:NL:HR:2024:822
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in zaak ambtshalve vermindering belastingaanslagen
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland waarin het verzet tegen een verzoek om ambtshalve vermindering van de aan belanghebbende opgelegde aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2017 tot en met 2020 werd behandeld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd en belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank.
De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering van dit oordeel te geven, omdat beantwoording van de vragen niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Er is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Feteris, Wortel en van der Voort Maarschalk en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank Gelderland bevestigd.