ECLI:NL:HR:2024:823

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juni 2024
Publicatiedatum
6 juni 2024
Zaaknummer
23/02289
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 FwArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake toepassing art. 28 Fw op inzagevordering

In deze zaak hebben curatoren cassatieberoep ingesteld tegen rolbeslissingen van het gerechtshof Amsterdam die betrekking hadden op de vraag of artikel 28 van Pro de Faillissementswet (Fw) van toepassing is op een vordering tot inzage in documentatie.

De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam, waarna het hof Amsterdam rolbeslissingen nam op 1 november 2022 en 7 december 2022. De curatoren waren het niet eens met deze beslissingen en stelden beroep in cassatie in. De verweerster, een Oostenrijkse GmbH, voerde verwering tegen het cassatieberoep.

De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft vervolgens de klachten van de curatoren beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de rolbeslissingen. De Hoge Raad motiveert dit niet inhoudelijk omdat het oordeel niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt de curatoren tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de verweerster. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2024.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de curatoren wordt verworpen zonder nadere motivering.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/02289
Datum7 juni 2024
ARREST
In de zaak van
1. J.E.P.A. VAN HOOFF q.q.,
kantoorhoudende te Amsterdam,
2. D.D. NIJKAMP q.q.,
kantoorhoudende te Amsterdam,
EISERS tot cassatie,
hierna: de curatoren,
advocaat: W.H. van Hemel,
tegen
[verweerster] GMBH,
gevestigd te [vestigingsplaats], Oostenrijk,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaat: J.H.M. van Swaaij.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/13/694511/HA ZA 20-1252 van de rechtbank Amsterdam van 8 december 2021;
b. de rolbeslissingen in de zaak 200.318.182/01 van het gerechtshof Amsterdam van 1 november 2022 en 7 december 2022.
De curatoren hebben tegen de rolbeslissingen van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerster] toegelicht door haar advocaat en mede door R.J. ter Rele.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de rolbeslissingen van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de rolbeslissingen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de curatoren in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de curatoren deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
7 juni 2024.