Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
7 juni 2024.
Hoge Raad
In deze zaak hebben curatoren cassatieberoep ingesteld tegen rolbeslissingen van het gerechtshof Amsterdam die betrekking hadden op de vraag of artikel 28 van Pro de Faillissementswet (Fw) van toepassing is op een vordering tot inzage in documentatie.
De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam, waarna het hof Amsterdam rolbeslissingen nam op 1 november 2022 en 7 december 2022. De curatoren waren het niet eens met deze beslissingen en stelden beroep in cassatie in. De verweerster, een Oostenrijkse GmbH, voerde verwering tegen het cassatieberoep.
De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft vervolgens de klachten van de curatoren beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de rolbeslissingen. De Hoge Raad motiveert dit niet inhoudelijk omdat het oordeel niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt de curatoren tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de verweerster. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de curatoren wordt verworpen zonder nadere motivering.