Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
18 juni 2024.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep van een verdachte in een zaak over invoer van cocaïne. Het hof Amsterdam had de verdachte veroordeeld, maar de Hoge Raad vernietigt het arrest uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf.
De advocaat-generaal had geconcludeerd tot vermindering van de straf tot de gebruikelijke maatstaf en verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad oordeelt dat de klachten over het hofarrest geen aanleiding geven tot vernietiging van het arrest behalve voor de strafduur.
De Hoge Raad stelt vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, doordat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden en de uitspraak in cassatie pas na meer dan zestien maanden volgt, terwijl de verdachte in voorlopige hechtenis verbleef.
Dit leidt tot vermindering van de gevangenisstraf met vier maanden, van vier jaar naar drie jaar en acht maanden. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot drie jaar en acht maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.