ECLI:NL:HR:2024:870
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in vennootschapsbelastingzaak 2018
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juni 2022, dat het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland over de aanslag vennootschapsbelasting 2018.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het hofarrest beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht, conform artikel 81 lid 1 Wet Pro op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 14 juni 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.