ECLI:NL:HR:2024:912
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in zaak teruggaaf inkomstenbelasting
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 mei 2022, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland afwees. Het geschil betreft de teruggaaf van inkomstenbelasting over de jaren 2011 tot en met 2013 op grond van artikel 3.154 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
De Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Justitie en Veiligheid hebben verweer gevoerd tegen het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard en geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is op 21 juni 2024 in het openbaar gewezen door raadsheer Faase als voorzitter, met raadsheren Cools en Peters.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.