ECLI:NL:HR:2024:913
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond in belastingzaak over aanslagen 2014 en 2016
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 mei 2022, waarin hoger beroep was behandeld over aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor de jaren 2014 en 2016.
De zaak betrof een verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag 2014 en de aanslag 2016 met de daarbij behorende beschikking inzake belastingrente. Zowel de Staatssecretaris van Financiën als de Minister van Justitie en Veiligheid dienden verweerschriften in, waarna belanghebbende een conclusie van repliek indiende.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden. De Hoge Raad motiveerde dit oordeel niet omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door raadsheren Faase, Cools en Peters op 21 juni 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende is ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.