ECLI:NL:HR:2024:914
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslag 2017
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 mei 2022, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd behandeld. De zaak betrof de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2017 en de daarbij behorende beschikking inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat beantwoording van de vragen niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2024 door raadsheer Faase als voorzitter en raadsheren Cools en Peters.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.