Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
2 juli 2024.
Hoge Raad
De betrokkene werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €596.232 wegens medeplegen van gewoontewitwassen. In cassatie werd onder meer het verwerpen van het draagkrachtverweer aangevochten, waarbij het hof de aflossingscapaciteit en de hoogte van de betalingsverplichting als uitgangspunt nam.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat het hof de verwerping van het draagkrachtverweer voldoende begrijpelijk en deugdelijk heeft gemotiveerd. De klachten van de betrokkene konden niet leiden tot vernietiging van het arrest.
De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht betrof. Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.