ECLI:NL:HR:2024:921

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 juli 2024
Publicatiedatum
20 juni 2024
Zaaknummer
23/02003
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e lid 3 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 511f SvArt. 511g lid 2 SvArt. 359 lid 3 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij medeplegen witwassen en invoer cocaïne

De zaak betreft een cassatieberoep van de betrokkene tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 mei 2023. Het hof had een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel toegewezen in verband met medeplegen van gewoontewitwassen en de invoer van 500 kilogram cocaïne.

De betrokkene voerde in cassatie verschillende klachten aan tegen de wijze waarop het hof de ontnemingsvordering had vastgesteld, onder meer over de toepassing van de methode van eenvoudige kasopstelling en de waardering van uitgavenposten zoals betalingen voor luxegoederen en aan het CJIB. Ook werd betwist of het hof terecht het onderschepte berichtenverkeer van leden van een Colombiaanse organisatie als onvoldoende concreet en valide had beoordeeld voor het baseren van een schatting van wederrechtelijk voordeel.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat zij niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad zag geen aanleiding om de uitspraak te vernietigen en wees het cassatieberoep af. De beslissing is genomen zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling.

Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting op 2 juli 2024.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontnemingsvordering van het hof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02003 P
Datum2 juli 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 mei 2023, nummer 21-005176-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 juli 2024.