Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
2 juli 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte die zijn 6-jarige zoon opzettelijk meenam naar Frankrijk, waarmee hij het wettig gezag van de vader onttrok. De verdachte voerde onder meer overmacht in de zin van noodtoestand, psychische overmacht en putatieve overmacht aan.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de verdachte veroordeeld, en het cassatieberoep richtte zich tegen dit arrest. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld maar vond geen grond om het arrest van het hof te vernietigen.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, maar gezien de opgelegde geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden, verbond de Hoge Raad hieraan geen ander rechtsgevolg.
De Hoge Raad heeft het beroep van de verdachte verworpen en het arrest van het hof bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden blijft in stand.