Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
2 juli 2024.
Hoge Raad
In deze strafzaak werd verdachte veroordeeld voor doodslag nadat hij in 2020 in het centrum van Haarlem de koper tijdens een drugsverkoop van zeer dichtbij in de buik had geschoten. Het gerechtshof Amsterdam legde een gevangenisstraf van 8 jaren op, verminderd tot 7 jaren en 11 maanden.
Verdachte stelde in cassatie onder meer vragen over het voorwaardelijk opzet, de proportionaliteit van noodweer, noodweerexces en putatief noodweer. Daarnaast werd de redelijke termijn in hoger beroep betwist. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van verdachte niet konden leiden tot vernietiging van het hofarrest en dat het niet nodig was om de vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de gevangenisstraf van 7 jaren en 11 maanden blijft gehandhaafd.