Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
2 juli 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor hennepteelt en medeplegen van diefstal door braak. Het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep omdat de dagvaarding niet persoonlijk aan hem was uitgereikt, en niet was vastgesteld dat hij ondubbelzinnig afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht.
De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte tegen deze niet-ontvankelijkverklaring beoordeeld, maar oordeelde dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet uitvoerig omdat het niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling.
Daarnaast constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn van behandeling is overschreden, maar dat dit geen reden vormt voor vernietiging van het hofarrest. Het arrest van het hof blijft daarmee in stand en het vonnis in eerste aanleg is onherroepelijk geworden.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt daarmee de niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het hoger beroep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft onherroepelijk.