Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid
4.Beslissing
26 januari 2024.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Deze zaak betreft een cassatieberoep van Dynniq Mobility Nederland B.V. tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin een rolbeslissing werd vernietigd en de procedure werd voortgezet tussen [verweerster] B.V. en Dynniq. De procedure gaat over een vordering van H&D Civiel B.V. op Dynniq wegens onbetaalde facturen, waarbij H&D failliet werd verklaard en de vordering via lastgeving en cessie werd overgenomen door respectievelijk ECP Finance B.V. en vervolgens [verweerster].
De rechtbank had geoordeeld dat de lastgeving tussen ECP en [verweerster] was geëindigd door het faillissement van ECP en dat geen cessie was gebleken die schorsing van de procedure rechtvaardigde. Het hof vernietigde deze beslissing en oordeelde dat [verweerster] ontvankelijk was en de vordering door cessie had overgenomen, waardoor de procedure tussen haar en Dynniq moest worden voortgezet.
De Hoge Raad stelt vast dat het arrest van het hof jegens de curator een einduitspraak vormt, maar jegens Dynniq slechts een tussenuitspraak is, omdat het geding tegen Dynniq niet definitief is afgesloten. Op grond van artikel 401a lid 2 Rv kan Dynniq tegen deze tussenuitspraak alleen cassatieberoep instellen samen met een einduitspraak, wat hier niet het geval is. Daarom verklaart de Hoge Raad Dynniq niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep en veroordeelt haar in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart Dynniq niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep tegen de tussenuitspraak en veroordeelt haar in de proceskosten.