ECLI:NL:HR:2024:971

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2024
Publicatiedatum
27 juni 2024
Zaaknummer
23/04103
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROArt. 288 SrArt. 246 SrArt. 151 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gekwalificeerde doodslag en brandstichting op Haagse rugbyster bevestigd in cassatie

In deze zaak stond de verdachte terecht voor gekwalificeerde doodslag op een vrouw in 's-Gravenhage in 2021. De verdachte had het slachtoffer van haar fiets getrokken en in haar hals gestoken om haar aanranding in de bosjes te faciliteren. Vervolgens overgoot hij het lichaam met benzine en stak het in brand om sporen te wissen.

De rechtbank had de verdachte veroordeeld en TBS met dwangverpleging opgelegd. Het gerechtshof Den Haag bevestigde deze uitspraak in oktober 2023. De verdachte stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad, die het beroep beoordeelde zonder schriftelijk standpunt van de procureur-generaal.

De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep duidelijk niet kon slagen en maakte gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Daarmee blijft het hofarrest ongewijzigd en is de strafrechtelijke veroordeling definitief.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het hofarrest met TBS met dwangverpleging ongewijzigd blijft.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04103
Datum9 juli 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 10 oktober 2023, nummer 22-001664-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L.E.G. van der Hut, advocaat in Rotterdam, een schriftuur ingediend.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juli 2024.