ECLI:NL:HR:2024:972

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2024
Publicatiedatum
27 juni 2024
Zaaknummer
24/00770
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet ROArt. 98 lid 4 SvArt. 552a SvArt. 91 BIGArt. 255 Sr
Verwijzingen
8 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake uitlevering patiëntendossier en medisch beroepsgeheim

In deze zaak is door klagers, een zorginstelling en een psychiater, cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland die de uitlevering van een patiëntendossier toestond. Het dossier betreft een patiënt die is overleden aan complicaties van anorexia nervosa. De uitlevering werd bevolen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek tegen een directeur van een andere instelling, verdacht van benadeling van de gezondheid, het in hulpeloze toestand brengen van een patiënt, schending van geheimhoudingsplicht en dood door schuld.

De kern van het geschil betreft de verhouding tussen het medisch beroepsgeheim en het verschoningsrecht van de klagers enerzijds, en de noodzaak voor het openbaar ministerie om het dossier te raadplegen voor waarheidsvinding anderzijds. De Hoge Raad heeft overwogen dat er geen aanleiding is om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen, mede omdat het niet noodzakelijk was om te motiveren waarom het oordeel van de rechtbank standhoudt, gezien artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft de klachten van de klagers beoordeeld en geconcludeerd dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking. Daarmee is het cassatieberoep verworpen en blijft de beschikking van de rechtbank Gelderland in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking tot uitlevering van het patiëntendossier blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/00770 Bv
Datum9 juli 2024
BESCHIKKING
op de beroepen in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland van 16 februari 2024, nummers RK 23/020268, 23/031677 en 23/031673, op de klaagschriften als bedoeld in artikel 98 lid 4 in Pro verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager 1],
gevestigd in [vestigingsplaats],
en
[klager 2],
geboren op [geboortedatum] 1984,
hierna: de klagers.

1.Procesverloop in cassatie

De beroepen zijn ingesteld door de klagers. Namens deze hebben N. van Schaik en H. Brentjes, beiden advocaat in Utrecht, bij gelijkluidende schrifturen cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van de beroepen.
De raadslieden van de klagers hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt de beroepen.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juli 2024.