ECLI:NL:HR:2024:997

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2024
Publicatiedatum
28 juni 2024
Zaaknummer
22/04809
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 312.1 SrArt. 312.2.2 SrArt. 6 lid 1 EVRM
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in medeplegen diefstal met geweld

De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van diefstal met bedreiging met geweld in een supermarkt. In eerste aanleg was de verdachte vrijgesproken. Het hof verwierp het bewijsverweer van de verdachte dat hij niet schuldig kon zijn aan medeplegen, waarbij het hof zijn bewijswaardering en motivering voldoende achtte.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het deel van de uitspraak dat de gevangenisstraf betrof, vanwege overschrijding van de redelijke termijn, maar tot verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat het middel dat klaagde over onvoldoende motivering van het bewijsverweer faalde.

De Hoge Raad stelde vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf van 42 maanden werd verminderd tot 40 maanden. Voor het overige werd het beroep verworpen. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting op 9 juli 2024.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 42 naar 40 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; het cassatieberoep wordt verder verworpen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04809
Datum9 juli 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 december 2022, nummer 23-002128-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Kuipers, advocaat in Arnhem, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof het verweer dat niet kan worden bewezen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van diefstal met (bedreiging met) geweld niet of onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 42 maanden.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze veertig maanden beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juli 2024.