Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
1 juli 2025.
Hoge Raad
De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 27 juni 2023, waarin het hof een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel had toegewezen. Het voordeel betrof de invoer van MDMA, cocaïne, henneptoppen en hasj. De betrokkene werd bijgestaan door advocaten J. Kuijper en D.W.E. Sternfeld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van de betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest van de Hoge Raad is gewezen door vice-president V. van den Brink als voorzitter, en raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout. Het beroep is verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft en de ontnemingsmaatregel rechtsgeldig is bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontnemingsmaatregel opgelegd door het hof.