Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
1 juli 2025.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 april 2023, waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen van ruim € 200.000.
De klachten over het bewijs en de herkomst van contante uitgaven zijn door de Hoge Raad niet ontvankelijk verklaard, omdat deze geen aanleiding geven tot vernietiging van het hofarrest. Wel is geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, doordat de stukken te laat door het hof werden ingezonden en de Hoge Raad pas na meer dan twee jaar uitspraak deed.
Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde taakstraf van 240 uur naar 216 uur, met een subsidiaire hechtenis van 108 dagen in plaats van 120 dagen. Voor het overige is het beroep verworpen en blijft de veroordeling in stand.
Uitkomst: Taakstraf verminderd tot 216 uur en subsidiaire hechtenis tot 108 dagen wegens overschrijding redelijke termijn.