Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
21 januari 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 23 augustus 2023, waarin verdachte werd veroordeeld voor poging tot doodslag en bedreiging. Het incident vond plaats in 2021 in Amsterdam, waarbij verdachte met een mes zwaaiende bewegingen maakte richting een klusjesman van het wooncomplex waarin hij verbleef.
De verdediging heeft beroep ingesteld bij de Hoge Raad, vertegenwoordigd door advocaat M. Goedhart. De procureur-generaal kreeg de gelegenheid een advies uit te brengen over de ontvankelijkheid van het beroep.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en heeft daarom op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. De eerdere uitspraak van het hof blijft daarmee in stand, inclusief de oplegging van TBS met voorwaarden.
Het arrest is gewezen door vice-president M.J. Borgers als voorzitter, samen met raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 21 januari 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het hofarrest blijft in stand met oplegging van TBS met voorwaarden.