ECLI:NL:HR:2025:1020
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een B.V., was in hoger beroep gegaan tegen navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting en heffingsrente over de jaren 2009 tot en met 2011. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het arrest van het hof beoordeeld. De klachten konden echter niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, op 27 juni 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.