Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:1028

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 juni 2025
Publicatiedatum
27 juni 2025
Zaaknummer
24/02747
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in erfrechtelijke onrechtmatige daad zaak

In deze zaak gaat het om een geschil tussen erfgenamen over een vermeende onrechtmatige daad in het kader van de afwikkeling van een nalatenschap. Eisers, in hun hoedanigheid als erfgenamen en vereffenaars van de nalatenschap, hebben beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 16 april 2024.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld aan de hand van de klachten dat het hof zou hebben verzuimd een grief te behandelen en onvoldoende zou hebben gereageerd op essentiële stellingen. De Hoge Raad oordeelt dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest en dat het niet nodig is om inhoudelijk op de klachten in te gaan, mede omdat beantwoording niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bepaalt dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand en is de procedure definitief afgesloten.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/02747
Datum27 juni 2025
ARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1], in haar hoedanigheid van erfgenaam en vereffenaar van de nalatenschap van [de erflater],
wonende te [woonplaats],
2. [eiser 2], in zijn hoedanigheid van erfgenaam en vereffenaar van de nalatenschap van [de erflater],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
1. [verweerster 1], in haar hoedanigheid van erfgenaam en vereffenaar van de nalatenschap van [de erflater],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2], in zijn hoedanigheid van erfgenaam en vereffenaar van de nalatenschap van [de erflater],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaat: A.C. de Bakker.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/10/576538 / HA ZA 19-579 van de rechtbank Rotterdam van 9 maart 2022 en 20 juli 2022;
b. het arrest in de zaak 200.317.880/01 van het gerechtshof Den Haag van 16 april 2024.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
27 juni 2025.