Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
1 juli 2025.
Hoge Raad
In deze zaak ging het om de onttrekking aan het verkeer van een personenauto die was omgekat met een vals voertuigidentificatienummer. De belanghebbende, eigenaar van de auto, had een verzoek ingediend tot toekenning van een geldelijke tegemoetkoming nadat de auto werd onttrokken.
De rechtbank Oost-Brabant had de vordering tot onttrekking toegewezen maar het verzoek om geldelijke tegemoetkoming afgewezen. De rechtbank motiveerde dit onder meer met het feit dat de belanghebbende de auto via Marktplaats had gekocht, geen contact had gezocht met de verkoper na inbeslagneming en het onwaarschijnlijk was dat de Staat voordeel had verkregen.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank haar oordeel onvoldoende had gemotiveerd omdat zij niet de waarde van het voorwerp ten tijde van de inbeslagneming had betrokken en niet had toegelicht waarom het gedrag van de belanghebbende niet zou leiden tot een onevenredige benadeling. Daarom vernietigde de Hoge Raad het deel van de beschikking dat de afwijzing van de geldelijke tegemoetkoming betrof en verwees de zaak terug voor herbeoordeling.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep voor het overige en bevestigde daarmee de onttrekking aan het verkeer van de auto.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt afwijzing geldelijke tegemoetkoming en wijst zaak terug voor herbeoordeling.