Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
1 juli 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin op verzoek van het Openbaar Ministerie een machtiging werd verleend voor het gebruik van medische persoonsgegevens die door een multidisciplinaire commissie waren verkregen over een verdachte die weigerde mee te werken aan onderzoek. De verdachte wordt verdacht van moord op zijn ex-partner en bezit van kinderpornografie. Het hof oordeelde dat de verdachte als weigerende observandus kon worden aangemerkt en dat de doorbreking van het medisch beroepsgeheim gerechtvaardigd was vanwege de dwingende eis in het algemeen belang.
Het hof baseerde zich op het advies van de Adviescommissie Gegevensverstrekking Weigerende Observandi (AGWO) die de bruikbaarheid van de persoonsgegevens bevestigde. De verdachte voerde verweer dat er al veel informatie beschikbaar was en dat de gegevens niet proportioneel mochten worden gebruikt, maar dit werd door het hof en de Hoge Raad verworpen. De Hoge Raad bevestigde dat het hof voldoende gemotiveerd had dat de gegevens een substantiële toegevoegde waarde hebben voor het onderzoek naar een mogelijke stoornis, toerekenbaarheid en recidivegevaar.
De Hoge Raad benadrukte dat de beoordeling van de proportionaliteit en noodzaak van de doorbreking van het medisch beroepsgeheim aan het hof toekomt en dat het cassatiemiddel faalt. Hiermee blijft de beschikking van het hof in stand en kan het onderzoek naar de stoornis en de mogelijke oplegging van een maatregel terbeschikkingstelling voortgezet worden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de machtiging voor gebruik van medische persoonsgegevens bij onderzoek naar stoornis van verdachte.