Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
8 juli 2025.
Hoge Raad
In deze strafzaak was de verdachte betrokken bij een overval op een woning en bedrijfspand van een juwelier, waarbij sprake was van medeplegen van diefstal met geweld en medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving. De benadeelde partij had een vordering ingediend met betrekking tot verlies aan arbeidsvermogen, waarbij de vraag speelde of behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding opleverde.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak om inhoudelijk te motiveren omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting. Het beroep is formeel verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof.