Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:1052

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2025
Publicatiedatum
30 juni 2025
Zaaknummer
23/00780
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311.1.5 SrArt. 360.1 SvArt. 360.4 SvArt. 344a.3 SvArt. 81 Wet RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in diefstal en medeplichtigheid met overschrijding redelijke termijn

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake diefstal met braak en medeplichtigheid aan poging tot diefstal van fietsen. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie weken.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte tegen het hof niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de motieven van het hof nader te motiveren, aangezien de klachten niet wezenlijk zijn voor de rechtsontwikkeling.

Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, conform artikel 6 lid 1 EVRM Pro. Gezien de geringe strafmaat achtte de Hoge Raad het echter niet nodig om aan deze termijnoverschrijding verdere rechtsgevolgen te verbinden.

De Hoge Raad heeft het beroep van de verdachte verworpen en het arrest van het hof in stand gelaten.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de gevangenisstraf van drie weken blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/00780
Datum8 juli 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 februari 2023, nummer 21-003368-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat E.E.W.J. Maessen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van drie weken volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 juli 2025.