Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
8 juli 2025.
Hoge Raad
De betrokkene werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in verband met medeplegen van witwassen via een aandelentransactie. Het hof had de betalingsverplichting vastgesteld zonder rekening te houden met kosten die uit de bewijsmiddelen blijken.
In cassatie klaagde de betrokkene dat het hof ten onrechte geen aftrek had toegepast voor deze kosten. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de betalingsverplichting en stelde een vermindering voor.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de kosten van €60 ten onrechte niet had verdisconteerd in de betalingsverplichting. Daarom werd het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de betalingsverplichting verminderd met dit bedrag. De overige klachten van de betrokkene werden verworpen. Het arrest werd op 8 juli 2025 gewezen door de strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de betalingsverplichting met €60 wegens niet verdisconteerde kosten.