Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
4.Beslissing
4 juli 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte die als hotel wordt geëxploiteerd, waarbij de huurprijs bestaat uit een basishuurprijs en een omzetgerelateerde huurprijs. Door de coronapandemie en de overheidsmaatregelen kon de huurder de bedrijfsruimte slechts beperkt exploiteren, waardoor de omzet sterk daalde.
De huurder vorderde een huurprijsvermindering over de periode vanaf 15 maart 2020 tot en met 31 december 2021. De rechtbank en het hof pasten de vastelastenmethode toe, zoals geformuleerd in het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021, waarbij de huurprijsvermindering werd berekend door het omzetverlies te relateren aan het omzetniveau dat hoort bij de basishuurprijs (het kantelpunt).
De verhuurder stelde dat het hof ten onrechte geen rekening had gehouden met het wegvallen van het omzetgerelateerde deel van de huurprijs en dat er geen reden was om nog een huurkorting toe te passen op de basishuurprijs. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet onjuist heeft gehandeld door het omzetverlies te relateren aan het omzetniveau dat hoort bij de basishuurprijs en dat de vastelastenmethode ruimte laat voor aanpassing aan de omstandigheden van het geval.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de verhuurder en het incidentele cassatieberoep van de huurder, bevestigde de toepassing van de vastelastenmethode met de door het hof gekozen invulling en veroordeelde partijen in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de huurprijsvermindering op basis van de vastelastenmethode zoals toegepast door het hof.