Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
8 juli 2025.
Hoge Raad
In deze zaak ging het om een beklag ex artikel 552a Sv tegen het beslag op een auto die op naam stond van de broer van de klager, in verband met verdenking van hennepteelt door klager en zijn broer. De rechtbank Noord-Holland verklaarde het klaagschrift ongegrond en oordeelde dat verbeurdverklaring van de auto niet hoogst onwaarschijnlijk was, omdat het een voorwerp zou zijn dat geheel of grotendeels was verkregen uit baten van een strafbaar feit.
De Hoge Raad stelde vast dat de rechtbank niet de juiste maatstaven had toegepast die gelden bij beklag door een derde, maar die voor een beslagene. Hierdoor was de motivering van de ongegrondverklaring ontoereikend. Bovendien bleek uit het dossier dat de auto ruim voor de hennepteelt was aangeschaft en op naam was gesteld, waardoor het niet aannemelijk was dat de auto de opbrengst van het strafbare feit was.
Verder was in de strafzaak tegen de klager al een onherroepelijk vonnis gewezen zonder beslissing over het beslag op de auto, zodat verbeurdverklaring door de strafrechter niet meer mogelijk was. De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank en verwees de zaak terug voor een nieuwe beoordeling en afdoening van het klaagschrift.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van het klaagschrift.