Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
8 juli 2025.
Hoge Raad
De betrokkene stelde cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 januari 2023, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. De Hoge Raad heeft de klachten van de betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
Hoewel de redelijke termijn voor de cassatieprocedure meer dan twee jaar is overschreden, ziet de Hoge Raad geen aanleiding om hieraan rechtsgevolgen te verbinden in deze ontnemingszaak. De overschrijding wordt erkend, maar compensatie zal worden beoordeeld in de samenhangende strafzaak die eveneens bij de Hoge Raad aanhangig is.
De Hoge Raad wijst het beroep af zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, omdat beantwoording van de klachten niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks overschrijding van de redelijke termijn.