ECLI:NL:HR:2025:1111

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2025
Publicatiedatum
7 juli 2025
Zaaknummer
24/00910
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 2:284.1 SrC
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak medeplegen dood door schuld in het verkeer op Curaçao bevestigd door Hoge Raad

De zaak betreft een cassatieberoep van het Openbaar Ministerie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, waarin verdachte werd vrijgesproken van medeplegen van dood door schuld in het verkeer op Curaçao. Het OM stelde dat de rollen van verdachte en medeverdachte inwisselbaar waren en dat het toeval was dat niet verdachte maar medeverdachte op een ander voertuig botste.

De Hoge Raad heeft de klachten van het OM over de schuldvraag en medeplegen beoordeeld, maar geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het hofvonnis. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering van het hof nader te toetsen, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, waarbij het cassatieberoep werd verworpen en de vrijspraak van verdachte gehandhaafd. Hiermee is de onherroepelijke vrijspraak bevestigd en blijft verdachte niet aansprakelijk voor medeplegen dood door schuld in het verkeer.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak van verdachte voor medeplegen dood door schuld in het verkeer op Curaçao.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/00910 C
Datum8 juli 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 7 december 2023, nummer H-182/2022, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 juli 2025.