ECLI:NL:HR:2025:1113

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2025
Publicatiedatum
7 juli 2025
Zaaknummer
24/03430
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 302 lid 1 SrArt. 80a Wet RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring cassatieberoep in zaak poging tot doodslag en zware mishandeling

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 augustus 2024, waarin hij werd veroordeeld voor poging tot doodslag en zware mishandeling. De feiten speelden zich af in 2018 te Hulshorst, waar verdachte na een eerdere opmerking midden in de nacht naar het chalet van het slachtoffer ging en hem met kracht tegen het gezicht trapte en sloeg terwijl het slachtoffer op de grond lag.

Het cassatieberoep is ingesteld door verdachte, vertegenwoordigd door advocaat P.T. Pel. De procureur-generaal bij de Hoge Raad kreeg de gelegenheid een advies uit te brengen, maar de Hoge Raad oordeelde dat het beroep duidelijk niet kon slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie werd het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard.

De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad der Nederlanden op 8 juli 2025. De vice-president V. van den Brink was voorzitter, met raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering. Het arrest werd uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het arrest van het gerechtshof in stand blijft.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/03430
Datum8 juli 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 augustus 2024, nummer 21-002289-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat P.T. Pel een schriftuur ingediend.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureurgeneraal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 juli 2025.