Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
De voorzitter gaat over tot de bespreking van de vordering van de benadeelde partij.
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
8 juli 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake poging tot doodslag met een honkbalknuppel. De verdachte sloeg het slachtoffer meerdere malen op het hoofd, waarbij onder meer gebitsschade werd geclaimd.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding voor materiële schade, waaronder tandartskosten van € 712,60 voor reeds gemaakte behandelingen en een bedrag voor toekomstige tandartskosten. Het hof kende een deel van deze schadevergoeding toe, maar de verdachte betwistte de causaliteit en onderbouwing van deze kosten.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had vastgesteld welke posten van de tandartskosten direct verband hielden met de gebitsschade door het strafbare feit. Daarom vernietigde de Hoge Raad het deel van het arrest dat de vergoeding van € 712,60 en de schadevergoedingsmaatregel betrof en wees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. De rest van het beroep werd verworpen.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn, maar verbond hieraan geen verdere rechtsgevolgen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt deels het arrest over tandartskosten en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.