Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
8 juli 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak gaat het om diefstal door het aannemen van een valse hoedanigheid via een babbeltruc, waarbij de verdachte de woning van het slachtoffer binnentreedt en geld en sieraden ontvreemdt. De benadeelde partij vordert vergoeding van immateriële schade en oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.
Het hof had vastgesteld dat het slachtoffer gevoelens van angst, schuld en wantrouwen had ontwikkeld, een alarmknop kreeg en geen onbekenden meer durft toe te laten. Desondanks achtte het hof deze gevolgen niet dermate ingrijpend om te spreken van een aantasting van de persoon ‘op andere wijze’ zoals bedoeld in art. 6:106.b BW.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest voor zover de immateriële schadevergoeding en de schadevergoedingsmaatregel waren toegewezen en stelde een lager bedrag en een kortere gijzelingstermijn voor. De Hoge Raad volgt dit advies en doet de zaak zelf af, waarbij de immateriële schadevergoeding wordt vastgesteld op €20.000 en de gijzelingstermijn op 135 dagen. De rest van de vordering wordt afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad stelt de immateriële schadevergoeding vast op €20.000 met een schadevergoedingsmaatregel en gijzeling van maximaal 135 dagen.