Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
8 juli 2025.
Hoge Raad
De verdachte werd primair bewezenverklaard dat hij in een bedrijfspand voorwerpen had die bestemd waren voor hennepteelt en dat hij opzettelijk het elektriciteitswerk in de hoofdaansluitkast van dat pand had beschadigd. Het hof stelde vast dat verdachte de huurder en enige gebruiker was van het pand en dat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat een derde het pand had onderverhuurd en de kwekerij had ingericht.
De verdediging voerde aan dat een oud-klant het pand zou hebben onderverhuurd en de kwekerij had opgezet, maar het hof achtte deze lezing ongeloofwaardig vanwege het ontbreken van concrete en verifieerbare gegevens. Ook het oordeel dat verdachte verantwoordelijk was voor de beschadiging van het elektriciteitswerk, ook indien deze handelingen door een ander waren verricht, werd door het hof gemotiveerd.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat klaagde over de bewezenverklaring en bevestigde het oordeel van het hof. Wel werd de opgelegde taakstraf verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn, met een vermindering van 120 naar 114 uren taakstraf, subsidiair van 60 naar 57 dagen hechtenis.
Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd tot 114 uren, subsidiair 57 dagen hechtenis, overige veroordeling blijft in stand.