Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
Ik was niet op de hoogte van de Nederlandse wetgeving en ik heb mij niet voldoende laten inlichten over de wetgeving hier. Ik ben uitgegaan van de Belgische wetgeving. Ik heb me verschillende keren gemeld bij de douane, maar ze wilden mij niets vertellen over de stand van zaken. Het voertuig stond ten tijde van inbeslagname nog niet op mijn naam, maar stond nog steeds op naam van de oude eigenaar geregistreerd. Het zou een termijn van 15 dagen betreffen om de technische controle te doorlopen en het voertuig om mijn naam te laten registreren.
Het betreft het rijden zonder een geldige tenaamstelling. Uit de beslagstukken volgt dat de registratie van de oude eigenaar, te weten [betrokkene 1] , op 21 april 2023 is geëindigd. Dan lijkt het verhaal van de klager niet te kloppen.”
Namens de klager is aangevoerd dat de klager het voertuig in augustus 2023 heeft gekocht van de belanghebbende [betrokkene 1] . De verdediging heeft ter onderbouwing de koopovereenkomst alsmede een kopie van het identiteitsbewijs van de verkoopster bijgevoegd. De klager heeft het voertuig met [kenteken 1] op 18 augustus 2023 verzekerd bij AG. Ter onderbouwing is het verzekeringsbewijs overlegd. In België mag de koper - voor een korte periode - de kentekenplaten van zijn vorige voertuig gebruiken voor een ander voertuig. Dit ter overbrugging van de periode totdat de technische controle op het voertuig is uitgevoerd. Doordat het voertuig in beslag is genomen, heeft de klager niet de tijd gehad om deze technische controle te laten uitvoeren. De klager verkeerde in de vooronderstelling dat hij ook in het buitenland met die kentekenplaten mocht rijden, hetgeen hem bij de garage ook was medegedeeld. De klager is er niet mee bekend dat het voertuig zou zijn gestolen, heeft daar geen gegevens over en voor zover hem bekend rust er ook geen verdenking op hem. Ook blijkt niet dat het voertuig nog nodig is voor andere onderzoekshandelingen. Er is dan ook geen strafvorderlijk belang (meer) om de inbeslagneming te laten voortduren.
De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van het inbeslaggenomen voertuig en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het voertuig staat niet geregistreerd en er is geen kentekenhouder bekend. De kentekenplaten die door de klager gevoerd zijn, lijken derhalve niet te kloppen. De officier van justitie stelt dat het voertuig niet aan de klager kan worden geretourneerd, omdat het een niet tenaamgesteld voertuig betreft. De officier van justitie stelt dat het op dit moment onduidelijk is of de klager al dan niet vervolgd gaat worden. Er is sprake van een verdenking en dan verzet het strafrechtelijk belang zich tegen teruggave van het inbeslaggenomen voertuig. Uit de stukken volgt dat de registratie van de vorige eigenaar, [betrokkene 1] , op 21 april 2023 is geëindigd. Dat strookt niet met het verhaal van de klager.
De rechtbank is bevoegd.
3.Beslissing
15 juli 2025.