Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
11 juli 2025.
Hoge Raad
De betrokkene is in hoger beroep veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel met betrekking tot de invoer van cocaïne. Het hof Amsterdam heeft de methode van eenvoudige kasopstelling toegepast voor de waardebepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De betrokkene voerde verweren aan tegen de toerekening van bepaalde sieraden en stelde dat de gestorte gelden op de bankrekening een legale oorsprong hadden. Deze verweren zijn door het hof verworpen. In cassatie heeft de betrokkene deze punten aangevoerd, maar de Hoge Raad heeft geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest.
De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure is overschreden, maar ziet geen aanleiding om hieraan rechtsgevolgen te verbinden. Dit oordeel wordt gegeven in samenhang met een andere strafzaak die bij de Hoge Raad aanhangig is en waarin de termijnoverschrijding eveneens aan de orde is.
Het beroep in cassatie wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsvordering blijft in stand.