Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
18 juli 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Betrokkene heeft bij de Hoge Raad cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag van 26 juni 2024, waarin een verzoek tot schadevergoeding ten laste van de Staat werd afgewezen. Het verzoek betrof kosten van rechtsbijstand die waren gemaakt vanwege een mogelijke intrekking van een toevoeging in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
De zaak heeft een voorgeschiedenis bij de rechtbank Den Haag, waar op 10 juni 2022 een beschikking werd gegeven. De zorgaanbieder en het Openbaar Ministerie waren eveneens betrokken partijen, maar zij hebben geen verweerschrift ingediend in cassatie. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de klachten van betrokkene over de beschikking van het hof beoordeeld, maar geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling of rechtsvorming, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep van betrokkene verworpen en de beschikking van het hof gehandhaafd. De uitspraak is gedaan door de vicepresident en vijf raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en handhaaft de beschikking van het hof.