Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:1157

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 juli 2025
Publicatiedatum
17 juli 2025
Zaaknummer
24/03120
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 10:11 lid 2 WvggzArt. 10:12 lid 3 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot schadevergoeding tegen Staat wegens kosten rechtsbijstand in Wvggz-procedure afgewezen

Betrokkene heeft bij de Hoge Raad cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag van 26 juni 2024, waarin een verzoek tot schadevergoeding ten laste van de Staat werd afgewezen. Het verzoek betrof kosten van rechtsbijstand die waren gemaakt vanwege een mogelijke intrekking van een toevoeging in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).

De zaak heeft een voorgeschiedenis bij de rechtbank Den Haag, waar op 10 juni 2022 een beschikking werd gegeven. De zorgaanbieder en het Openbaar Ministerie waren eveneens betrokken partijen, maar zij hebben geen verweerschrift ingediend in cassatie. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft de klachten van betrokkene over de beschikking van het hof beoordeeld, maar geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling of rechtsvorming, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep van betrokkene verworpen en de beschikking van het hof gehandhaafd. De uitspraak is gedaan door de vicepresident en vijf raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en handhaaft de beschikking van het hof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/03120
Datum18 juli 2025
BESCHIKKING
In de zaak van
[betrokkene],
wonende te [plaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: betrokkene,
advocaat: J. van Weerden,
tegen
1. DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie en Veiligheid),
zetelende te Den Haag,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de Staat,
advocaat: S.M. Kingma,
2. STICHTING [GGZ],
gevestigd te [plaats],
3. HET OPENBAAR MINISTERIE,
gevestigd te Den Haag,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: de zorgaanbieder en Openbaar Ministerie,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/09/627177 / FA RK 22-1938 van de rechtbank Den Haag van 10 juni 2022;
b. de beschikking in de zaak 200.316.634/01 van het gerechtshof Den Haag van 26 juni 2024.
Betrokkene heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Staat heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De zorgaanbieder en Openbaar Ministerie hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
18 juli 2025.