ECLI:NL:HR:2025:1197

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 augustus 2025
Publicatiedatum
18 juli 2025
Zaaknummer
24/03182
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 10a.1.2 OpiumwetArt. 10.4 Opiumwet
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen cocaïnehandel

In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van voorbereidings- en bevorderingshandelingen met betrekking tot het afleveren en vervoeren van 1.136,6 kilo cocaïne uit Colombia, in strijd met de Opiumwet. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had verdachte eerder veroordeeld. Tegen dit arrest stelde verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel van verdachte beoordeeld, waarin onder meer een klacht over het opzet werd geuit. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof en dat het niet nodig was om het oordeel nader te motiveren, omdat het geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht betreft.

Daarmee werd het cassatieberoep verworpen en bleef het arrest van het gerechtshof in stand. Het arrest werd gewezen door de vice-president Borgers als voorzitter en de raadsheren Trotman en Kuiper, op 26 augustus 2025.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/03182
Datum26 augustus 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 29 juli 2024, nummer 20-003204-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 augustus 2025.