Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
2 september 2025.
Hoge Raad
In deze strafzaak werd de verdachte verdacht van poging tot doodslag en het voorhanden hebben van een vuurwapen in Hoogeveen in 2023. Na een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte werd veroordeeld, stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De advocaten van de verdachte dienden een schriftuur in ter onderbouwing van het beroep.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld en daarbij het advies van de procureur-generaal afgewacht. Omdat de procureur-generaal geen schriftelijk standpunt innam en het cassatieberoep volgens de Hoge Raad duidelijk niet kon slagen, maakte de Hoge Raad gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad in aanwezigheid van de waarnemend griffier. Hiermee komt een einde aan de cassatieprocedure zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het arrest van het gerechtshof ongewijzigd blijft.