Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
9 september 2025.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor medeplegen van schuldwitwassen door het laten storten van geldbedragen afkomstig van phishingfraude op haar bankrekening. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelde haar hiervoor. Verdachte stelde in cassatie dat het hof onjuiste aannames had gedaan die niet uit het bewijs konden worden afgeleid.
De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad vond het niet nodig om de motivering van het oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling bevatten.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het beroep. Gezien de opgelegde taakstraf van dertig uur achtte de Hoge Raad het voldoende om deze overschrijding vast te stellen zonder verdere rechtsgevolgen.
Het cassatieberoep werd uiteindelijk verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand met een constatering van overschrijding van de redelijke termijn.